Home Workshops Bandwidth 10/'06

Bandwidth of modelpredictions

VOP & EncoraNL Workshop: Bandwidth of modelpredictions October 25, 2006.

WL|Delft Hydraulics, Rotterdamseweg 185, Delft.

WL|Delft Hydraulics and Rijkswaterstaat RIKZ have joined their research efforts on generic coastal research in the project VOP Generic Coastal Research. In 2005 the topic Bandwidth of morphology predictions was added to the programme. Main reason for this was the fact that bandwidth played an increasingly important part in the Rijkswaterstaat practice and a better handle on the concept bandwidth was needed. In the context of this VOP project a workshop was organised on October the 25th of 2006 (in cooperation with EncoraNL). The announcement of the workshop can be found here. Below a report of the workshop (in Dutch) can be found with links to most of the relevant powerpoint presentations.

1. Inleiding

(Daan Dunsbergen, Rijskwaterstaat RWS)

De workshop wordt ingeleid door Daan Dunsbergen van Rijkswaterstaat-RIKZ. Er wordt een korte toelichting gegeven op het Voortschrijdend Onderzoek Programma (zie ook http://vop.wldelft.nl). Onderdeel van het VOP is een studie naar bandbreedte, waarbij gekeken wordt naar de beschikbare methoden om bandbreedte vast te stellen, maar ook naar de effecten van bandbreedte op de rest van het proces. Deze workshop gaat allereerst in op de methoden en daarna op de effecten van bandbreedte.

2. Hoe bepaal je dan die bandbreedte? Methoden en toepassingsmogelijkheden

(Hanneke van der Klis, WL| Delft Hydraulics)

De bepaling van bandbreedte kent een aantal stappen van probleemstelling naar presentatie en communicatie via inventarisatie, kwantificering, identificatie en schatting van onzekerheden. Een aantal mogelijkheden voor het kwantificeren van de bandbreedte zijn gepresenteerd, inclusief praktijk voorbeelden. Tot slot zijn er een aantal ervaringen/aandachtspunten uit de praktijk benoemd.

3. Rol van onzekerheden bij MER-studies

(Mark van Zanten, Royal Haskoning)

Mark van Zanten is als projectleider “MER Aanleg Maasvlakte 2” betrokken bij het beoordelen van de effecten van de aanleg van de tweede Maasvlakte. Ten behoeve van de effectbeoordeling zijn er morfologische berekeningen uitgevoerd. De resultaten van deze berekeningen zijn vertaald naar (onder andere) ecologische effecten, waarbij is uitgegaan van een worst-case benadering. Hierbij dacht men dat de invloed van de morfologische bandbreedte significant zou zijn. Achteraf bezien bleek de morfologische bandbreedte na ecologische doorvertaling niet meer significant te zijn.

4. Resultaten interviews voor VOP

(Alfons Smale, Witteveen+Bos)

In het kader van VOP zijn een aantal interviews afgenomen met als doel het inventariseren van de mate waarin en de wijze waarop bandbreedte een rol speelt in kustmorfologische projecten. Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden bij technici en bij beheerders. Uit de interviews bleek dat morfologische bandbreedte slechts in beperkte mate een rol speelt bij de korte termijn kustlijnzorg. Verder bleek er vanuit de beheerders niet direct een behoefte te zijn om de bestaande/aangereikte morfologische bandbreedtes te verkleinen.

5. Interactieve sessie aan de hand van stellingen

Tijdens de interactieve sessie is in groepjes een discussie gevoerd aan de hand van stellingen. De belangrijkste bevindingen zijn onderstaand weergegeven.

"Technische onzekerheden ten aanzien van morfologische voorspellingen hebben slechts een beperkte invloed op het eindresultaat van het project"

  • Hoe groter de kans op een showstopper in een project des te meer aandacht verdient het kwantificeren van technische onzekerheden (hoe robuust is het gegeven antwoord eigenlijk?). Dit is bijvoorbeeld het geval in projecten als aanleg maasvlakte, verruiming Westerschelde of gaswinning Waddenzee. Ook bij de vaststelling van Hydraulische Randvoorwaarden is kennis over de technische onzekerheden belangrijk. Deze moeten dan wel doorvertaald worden naar marges in te verwachten significante investeringen.
  • In een project als Kustlijnzorg wordt weinig gebruik gemaakt van morfologische voorspellingen en kennis over onzekerheden daarin voegt nauwelijks iets toe aan het eindresultaat.
  • Als je de robuustheid van een voorspelling kunt aantonen, dan heeft dat altijd een positief effect op het eindresultaat van het project. In die zin is het aan te bevelen te blijven investeren in het verminderen van de onzekerheden in morfologische voorspellingen. Een eventueel vervolg zou zich moeten richten op een concreet probleem waar een morfologische voorspelling een significante invloed heeft in het besluitvormingsproces. Naast het verkleinen van de bandbreedte zou meer effort gestoken moeten worden in de presentatie/communicatie daarover.
  • "Gedetailleerde analyse van onzekerheden leidt niet per definitie tot een beter of ander projectresultaat"

  • Een gedetailleerde analyse heeft niet altijd meerwaarde, maar er is wel behoefte om inzicht te hebben in de onzekerheden. Een beperkte/globale analyse is dan ook zeer wenselijk.
  • Voorgesteld wordt om aan het begin van een project alle bronnen van onzekerheid te inventariseren: geïntegreerde onzekerheidsanalyse. Op basis hiervan kan dan worden vastgesteld war de grootste onzekerheden in het project zitten. Daarnaast kan aan de hand van deze analyse worden gekeken of morfologische onzekerheden bepalend zijn voor het projectresultaat.
  • Veelal wordt er onbewust al een soort onzekerheidsanalyse uitgevoerd: extra sommen om te kijken of iets sterk varieert. Dit maakt onderdeel uit van een leerproces, al dan niet in het project.
  • 6. Onzekerheidscommunicatie

    (Jeroen van der Sluijs, Universiteit Utrecht, Copernicus instituut)

    Jeroen van der Sluijs heeft veel gewerkt op het gebied van onzekerheidsonderzoek. Naast de methoden voor het vaststellen van onzekerheid heeft hij ook gewerkt aan presentatie en communicatie van onzekerheden. Tijdens deze presentatie heeft hij laten zien welke mogelijkheden er zijn om onzekerheden te communiceren (meer dan alleen een bandbreedte).

    7. Discussieronde

    Tot slot is er nog een kleine discussieronde geweest. In het kader van de tijd was het niet mogelijk om alle facetten de revue te laten passeren. De belangrijkste opmerkingen en suggesties zijn de volgende:

  • een eventueel vervolg zou zich niet zuiver op communicatie en presentatie van morfologische onzekerheden moeten richten, maar ook op de technische aspecten van onzekerheden
  • aandacht voor de niet-kwantificeerbare onzekerheden
  • vertaalslag naar Euro´s en/of m³ meenemen, omdat dit voor (eind)gebruikers belangrijk is
  • voor korte termijn kustlijnzorg is bandbreedte niet relevant
  • bij een eventueel vervolg een concreet voorbeeld uitwerken
  • eindgebruikers weten vaak niet wat ze met een bandbreedte moeten doen: hoe te gebruiken in projecten/afwegingen
  • een workshop als deze herhalen om inzichten en ervaringen uit te wisselen (wellicht binnen Encora)
  • NCK web site.