Zandsuppleties aan de Noordzeekust
EncoraNL heeft in samenwerking met het NCK donderdag 18 oktober 2007 een drukbezochte themadag over zandsuppleties georganiseerd in strandpaviljoen Meijer aan Zee in Zandvoort. Omdat over de technische en morfologische aspecten van zandsuppleties al veel gezegd en geschreven is, is tijdens de themadag vooral ook aan 'andere' aspecten die met de toepassing van zandsuppleties samenhangen aandacht besteed.
Kennis- en informatie-uitwisseling tussen de diverse disciplines was het hoofddoel van de themadag. De locatie in Zandvoort met een direct zicht op strand en zee heeft daar zeker aan bijgedragen.
![]() |
![]() |
![]() |
Programma:
| 09:00 - 10:00 | Ontvangst en opening (.pdf) Jan van de Graaff |
| 10:00 - 10:40 | Lezing 1: Beheren met suppleren (samenvatting) (.pdf) Ad van der Spek (TNO Bouw en Ondergrond) |
| 10:40 - 11:20 | Lezing 2: Belang van kustontwikkeling voor zuidvleugel Randstad (samenvatting) (.pdf) Koen Oome (Provincie Zuid-Holland) |
| 11:20 - 12:00 | Lezing 3: Kustecologie en suppleties (samenvatting) (.pdf) Gerard Janssen (Waterdienst) |
| 12:00 - 13:30 | Lunch |
| 13:30 - 14:10 | Lezing 4: Van wie is het strand? (samenvatting) (.pdf) Wilgerd Heldens (Waterschap Zeeuwse Eilanden) |
| 14:10 - 14:50 |
Lezing 5: Natura 2000-gebieden en zandsuppleties (samenvatting) (.pdf) |
| 14:50 - 15:10 | Pauze koffie / thee |
| 15:10 - 15:50 |
Lezing 6: 'Werken' suppleties eigenlijk wel?(samenvatting) (.pdf) |
| 15:50 - 16:30 | Lezing 7: De kunst van het suppleren nu en in de toekomst (samenvatting) (.pdf) Stefan Aarninkhof (Hydronamic, Boskalis) |
| 16:30 | Afsluiting / napraten / drankjes |
Samenvattingen lezingen:
Lezing 1: Beheren met suppleren
Ad van der Spek (TNO Bouw en Ondergrond)
Zandsuppletie, het aanvullen van tekorten in de sedimentbalans van de kust door toevoegen van extra zand, is sinds 1990 de manier van kustlijnhandhaving in Nederland. Ruim 15 jaar later kunnen we concluderen dat suppleren een succesvolle methode van kustonderhoud is: het aantal structurele overschrijdingen van de basiskustlijn, de trigger voor het uitvoeren van een suppletie, neemt af en op veel plaatsen langs met name de Hollandse kust gaat de duinvoet vooruit. In feite groeit Nederland dus aan, zij het langzaam, als gevolg van het suppleren. Deze ontwikkeling geeft vertrouwen voor de toekomst: door het uitgekiend inzetten van de suppletiemethode kunnen we wellicht de problemen die in de komende decennia op ons afkomen (stijging van het gemiddeld zeeniveau, daling van de ondergrond, een grilliger klimaat met waarschijnlijk meer èn zwaardere stormen) het hoofd bieden. Een eerste stap is het opbouwen van een zandbuffer door middel van de zogenaamde fundamentsuppleties: door extra zand op strategische locaties in het kustsyteem te brengen en dit door natuurlijke processen te laten herverdelen. Dit maakt de kust robuuster tegen zwaardere belastingen. Daarnaast kunnen meer regionale erosieproblemen zoals bijvoorbeeld ten gevolge van de grote netto sedimentimport door de Waddenzee hiermee bestreden worden. Nog een stap verder is het aanbregen van zeer grote hoeveelheden zand om daarmee de kustontwikkeling te sturen, de zogenaamde “zandmotoren”. De ontwikkeling in het beheren met zand is er een van het aanvullen van de tekorten naar het bewust sturen van de morfologische ontwikkeling. Van “reageren” naar “dirigeren” dus.
Voor het echter zover is moeten een aantal zaken verder uitgezocht worden, bijvoorbeeld: Hoe gaan we om met kustvakken waarin grote getijdegeulen voorkomen, zoals bij de zeegaten van de Wadden en het Deltagebied?; Blijven we suppleren op de locaties waar dit minder goed blijkt te werken?; Vallen strandhoogte en -breedte te sturen met het ontwerp van een suppletie? Is de ecologische schade van structurele, grootschalige zandwinning en -stort acceptabel, o.a. in het kader van de Europese regelgeving? Wat kunnen we verbeteren in de uitvoering? Kortom, er is nog genoeg te doen.
Lezing 2: Belang van kustontwikkeling voor zuidvleugel Randstad
Koen Oome (Provincie Zuid-Holland)
Voor de provincies Noord- en Zuid-Holland was de verwachte stijging van de zeespiegel en het besef dat voor het op peil houden van de veiligheid ruimte nodig is aanleiding voor het in 2002 afgeronde project Visie Hollandse Kust 2050. Daarin is, uitgaande van een stijging van de zeespiegel met 60 – 90 cm per eeuw, 100 jaar vooruitgekeken en is geconstateerd dat verschillende locaties langs de Nederlandse kust, als gevolg van zeespiegelstijging, op termijn (komende 20 tot 50 jaar) niet meer voldoende veiligheid bieden. Deze locaties noemen we de zwakke schakels. In de provincie Zuid-Holland zijn er 6 zwakke schakels. Onder regie van de provincie is er de afgelopen jaren gewerkt aan integrale versterkingsplannen voor deze zwakke schakels. Integraal, in de zin dat hiermee niet alleen de veiligheid wordt verbeterd, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van het kustgebied en de badplaatsen een belangrijke impuls krijgt. Deze plannen zijn inmiddels (nagenoeg) gereed. Sommige zijn zelfs al in uitvoering.
Parallel aan de integrale aanpak van de zwakke schakels werkt provincie Zuid-Holland, samen met tal van andere organisaties, aan een verdergaande integrale ontwikkeling van de Delflandse kust (tussen Hoek van Holland en Scheveningen). In dit kader wordt niet alleen nog meer ruimte gecreëerd voor natuur en recreatie, maar wordt ook de bereikbaarheid van het kustgebied verbeterd. Belangrijke aanleidingen hiervoor zijn de in 2003 aangenomen moties in de Tweede Kamer en in Provinciale Staten van Zuid-Holland, die aandrongen op een verkenning van de mogelijkheden voor ontwikkeling van de Delflandse kust. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat deze ontwikkeling met name moet leiden tot extra ruimte voor natuur en recreatie, gegeven de grote tekorten daaraan op het niveau van de Zuidvleugel van de Randstad. Een concreet onderdeel hiervan, dat al binnen enkele jaren zal worden uitgevoerd, is een 'zandmotor' voor de Delflandse kust. Deze moet zorgen voor een geleidelijke kustaangroei.
Lezing 3: Kustecologie en suppleties
Gerard Janssen (Waterdienst)
Onder het motto “strand is meer dan zand” zal in deze voordracht aandacht worden geschonken aan de ecologie van strand en vooroever, met speciale aandacht voor het macrozoobenthos. Hoewel ogenschijnlijk een woestenij en deels onzichtbaar onder de brekende golven is een groot aantal organismen kenmerkend voor strand, brandingszone en vooroever. De kust is zeker geen homogeen gebied. Er is veel variatie in ruimte en tijd in het voorkomen van kenmerkende soorten en habitattypen. Een deel van de ecologische waarden zijn inmiddels opgenomen in de natuurwetgeving via specifieke kustgebonden Natura 2000 doelhabitattypen en soorten. Bij het uitvoeren van menselijke activiteiten, zoals recreatie en zandsuppleties moet worden getracht rekening te houden met deze ecologische waarden.
Zandsuppleties worden algemeen gezien als een natuurvriendelijke manier van kustverdediging. Dat neemt echter niet weg dat juist in het kustecosysteem waar de biologische processen sterk worden gestuurd door fysische processen de invloed van suppleties aanzienlijk kan zijn. Het formuleren van ecologische criteria (natuurdoelstellingen) in aanvulling op sociaal-economische criteria (veiligheid en geld) biedt de kans op termijn te komen tot een optimalisatie van het huidige beleid en uitvoering van zandsuppleties
Lezing 4: Van wie is het strand?
Wilgerd Heldens (Waterschap Zeeuwse Eilanden)
Een simpele vraag, maar ik vrees een moeilijk antwoord. Je kunt deze vraag vanuit juridisch oogpunt vanuit twee invalshoeken bekijken. Privaatrechtelijk en publiekrechtelijk.
Privaatrechtelijk is het overgrote deel van het strand in ibij de Dienst der Domeinen. Slechts bij uitzondering is een strand in het geheel in eigendom bij een ander. Voorbeelden hiervan zijn het Nollestrand bij Vlissingen en het strand bij Westkapelle. De oorzaak hiervan is dat het eigenijk geen natuurlijke stranden zijn. Het zijn voormalige inundatiegaten, ontstaan als gevolg van de bombardementen van de gealliëerden in 1944. Ingewikkelder wordt de vraag waar de eigendomsgrenzen zich bevinden. Het strand is immers van Domeinen maar het duin is vaak in eigendom van het waterschap. In veel gevallen is de eigendomsgrens bepaald bij de duinvoet. In Zeeland bepaalt op een lijn van +2 meter NAP. Zoals bekend variëert deze lijn echter door de dynamiek van strand en duin. Zo dus ook de eigendomsgrens.
Publiekrechtelijk is de zaak nog ingewikkelder. De volgende overheden hebben hier taken en bevoegdheden:
- Rijkswaterstaat: Wet beheer rijkswaterstaatswerken;
- Provincie: Natuurbeschermingswet
- Gemeente: Wet ruimtelijke ordening
- Waterschap: Keur
Lezing 5: Natura 2000-gebieden en zandsuppleties
Mike Mannaart (Stichting Duinbehoud)
Zandsuppleties langs de Nederlandse kust zijn noodzakelijk voor de kustverdediging. Maar projecten en activiteiten mogen niet zonder meer in gebieden worden uitgevoerd met de status van Habitat- of Vogelrichtlijngebied of in beschermde natuurmonumenten. De natuurlijke waarden van de aangemelde of aangewezen “Habitats” mogen niet verminderen. Daarnaast mag de duurzame instandhouding van door de Flora- en faunawet beschermde soorten, niet in gevaar komen. Maar over welke gebieden en soorten gaat het nu eigenlijk? Wat zijn de voorwaarden voor bescherming, waar moet rekening mee worden gehouden en wat gebeurt er als de voorwaarden niet worden nageleefd?
Duidelijk is dat een juiste integrale aanpak, met daarin tijdig overleg en onderzoek juridische, civieltechnische en ecologische problemen kunnen voorkomen. Niet vergeten mag worden dat het creëren van een adequate kustverdediging, en natuurwaarden geen tegengestelde belangen hoeven te zijn. Kustbescherming en natuurontwikkeling kunnen namelijk hand in hand gaan, als er maar van te voren goed over is nagedacht. Het resultaat kan een waardevolle win-winsituatie opleveren.
Lezing 6: 'Werken' suppleties eigenlijk wel?
Ruud Spanhoff (Waterdienst)
De Nederlandse kust wordt zoveel mogelijk met zand op zijn plaats en veilig gehouden. De veiligheid wordt zonodig met duinverzwaringen en/of strandsuppleties op peil gebracht. Structurele erosie wordt bestreden met strandsuppleties of onderwatersuppleties. Goede ervaringen zijn opgedaan met strandsuppleties sedert, zeg, 1970. Vanaf het eind van de negentiger jaren worden bij voorkeur onderwatersuppleties toegepast. De ervaringen hiermee, hoewel relatief kort, zijn over het algemeen gunstig. Wel dient men te bedenken dat er verschillen bestaan tussen beide typen suppleties, en daarmee tussen hun effecten. Strandsuppleties zijn direct zichtbaar op het strand. Ze bestrijden daarmee niet alleen kustachteruitgang maar creëren ook extra strandvolume en duinveiligheid. Onderwatersuppleties zijn een bron van extra volume in dwarsprofielen, maar het is de vraag of daarmee het hele erosieprobleem (overal in het profiel) opgelost kan worden en wat de neveneffecten zijn op strand en duin. Onderwatersuppleties zijn, mits ze aan hun doel beantwoorden, aantrekkelijker dan strandsuppleties omdat ze makkelijker zijn uit te voeren en meer zand in het systeem brengen voor hetzelfde geld.
Lezing 7: De kunst van het suppleren nu en in de toekomst
Stefan Aarninkhof (Hydronamic, Koninklijke Boskalis Westminster NV)
Boskalis is sinds vele jaren betrokken bij de uitvoering van suppletie werken langs de Nederlandse kust. Het zand dat hiervoor nodig is wordt gewonnen met behulp van sleephopperzuigers, in vooraf vastgestelde winvakken op dieper water. Eenmaal gevuld vaart de sleephopperzuiger terug naar het suppletievak om de zandlading te lossen. Dit kan in principe op drie manieren: klappen, rainbowen en walpersen. Voor een vooroeversuppletie is klappen (lossen van de lading door het openen van de bodemdeuren) veruit de meest efficiente methode. Voor strandsuppleties langs de Hollandse kust is walpersen vaak de enige optie. In dat geval wordt het suppletie materiaal vanaf het schip naar het strand geperst door een drijvende leiding en/of zinkerleiding. Bij voldoende diepgang nabij de kust is het ook mogelijk het materiaal via een sproeikop op de boeg op het strand te spuiten, het zgn rainbowen. Eenmaal op het land wordt het materiaal met behulp van bulldozers en hydraulische graafmachines verspreid en onder het vereiste profiel afgewerkt. Beheersing van effecten Tijdens de uitvoering van baggerwerkzaamheden is voortdurend aandacht voor mogelijke vertroebeling van het water in de omgeving van het werk. Op de winlokatie wordt deze hoofdzakelijk veroorzaakt door de afvoer van proceswater via de overflow van het schip. Dat laatste is nodig om te komen tot een optimale belading. Met het afstromen van het proceswater spoelt sediment mee. Een deel van de fijne fractie kan vervolgens in suspensie raken en meegevoerd worden met de getijdestroming. Voor de winning van Nederlands suppletiezand (grof zand, laag percentage slib) zijn de effecten over het algemeen niet zo sterk. Waar dat wel het geval is is het gebruik van een milieuklep een effectieve manier om de vertroebeling te doen afnemen.
Perspectief
De huidige suppletiepraktijk is in de visie van de aannemerij te fragmentarisch. Als gevolg van de BKL-systematiek (evaluatie kustlijnligging eens per jaar) en bestuurlijke context worden er vaak kleine bestekken weggezet wat leidt tot een relatief hoge kostprijs per m3 t.g.v. eenmalige kosten zoals mobilisatie/ demobilisatie en installatie kosten. Dit kan efficiënter. In dit verband vier ontwikkelingen relevant:
- Schaalvergroting materieel. Inzet van grotere sleephopperzuigers, en daarmee een verlaging van de kubieke meter prijs van met name strandsuppleties.
- Schaalvergroting suppleties. Aanleg van grotere suppleties die langs natuurlijke weg gedurende meerdere jaren het kustsysteem voeden (vgl. de Zandmotor)
- Innovatieve contractvormen. Opzetten van allianties en langjarige prestatiecontracten waarbij de aannemer zorg draagt voor concessies, uitvoering en monitoring.
- Verbreding scope kustbeheer. Naast zorg voor basiskustlijn en kustfundament ook aandacht voor natuur, recreatie en andere aspecten.
Door suppletiewerkzaamheden niet langer te concentreren op de zomerperiode komt capaciteit van (grote) hoppers beschikbaar die kan worden ingezet om tegen lagere kosten strandsuppleties uit te voeren. Door het zand hoger aan te brengen in het profiel (op het strand in plaats van op de vooroever) wordt het niet alleen efficiënter benut, tevens zorgt het voor kansen voor de ontwikkeling van natuur of recreatie. De tendens om over te gaan tot grootschaliger suppleties draagt de komende 10-25 jaar bij aan hetzelfde doel. Voor de nog langere termijn (50 jaar) voorziet Boskalis de ontwikkeling van een nieuwe, integrale visie op de gewenste (en benodigde!) ontwikkeling van de kustzone, bijvoorbeeld via de aanleg van eilanden op zo’n 10 km uit de kust.
NCK web site.
Last Updated (Monday, 24 January 2011 10:37)





